Eerst en vooral wil ik jullie mezelf eens voorstellen en wat mijn
taak is op school.
Ik ben juf Viviane, taakleerkracht, en vooral verbonden met de
eerste graad van de basisschool.
Als er kinderen zijn in het 1ste en 2de leerjaar waarbij het lezen
of rekenen niet zo goed vlot, dan kunnen ze bij mij terecht om wat
extra te oefenen. Soms is een extra toets nodig om te analyseren
waar het probleem ligt.
Indien het blijkt dat het probleem ernstig is, dan wordt dit
besproken op het MDO.
Wel dit is een samenkomst van directie, klasleerkracht, taakleerkracht, en een
afgevaardigde van het CLB om te bespreken welke stappen er moeten
gezet worden om het probleem aan te pakken.
Soms kan er verwezen worden naar een logopedist, kinesist of naar
een revalidatiecentrum.
Indien dit het geval is worden de ouders hiervan op de hoogte
gebracht, en worden de mogelijkheden met hen besproken.
Regelmatig volg ik ook bijscholingen om op de hoogte te blijven van
de nieuwste inzichten die er heersen in verband met leerproblemen en
leerstoornissen.
Over deze problemen en stoornissen wil ik jullie af en toe wat
informatie doorgeven.
Vriendelijke groeten vanwege
Viviane De Pauw
Pater Vergauwenstraat 17
9130 Verrebroek
Tel. 03-7735342 viviane_depauw@tijd.com
Heel zeker hebben jullie in de media wel iets gelezen of gehoord
over de film Ben X.
Deze film was de aanleiding om de stoornis “autisme” onder de
aandacht te brengen .
De film is zeker een aanrader om naar te gaan kijken, maar denk nu
niet dat elke persoon met autisme zo’n uitgesproken gedrag vertoont
als het hoofdpersonage in de film.
Er zijn vele vormen van autisme, men spreekt dan ook van
‘autismespectrumstoornis’ (kortweg ASS genoemd).
Personen waarbij deze stoornis wordt vastgesteld, kunnen
in meerdere of mindere mate beperkingen vertonen op 3 domeinen,
namelijk.:
- op wederkerige sociale interactie
- op verbale en non-verbale communicatie
- op gedrag, interesses en activiteiten ( eenzijdig, herhalend
stereotype patronen).
Hoe uit ASS zich bij een ‘lagere school’-kind?
1. Indien problemen met sociale interactie:
- Moeite met onzichtbare regels of ongeschreven wetten.
- Problemen in interactie met leeftijdsgenoten en/of volwassenen.
- Heeft geen vriendjes van dezelfde leeftijd.
- Vindt ‘iets gezamenlijk doen’ veel moeilijker dan andere kinderen.
- Lijkt onverschillig voor de gevoelens van andere kinderen. Hebben
ook moeite om de gevoelens bij anderen op te merken.
2. Indien problemen met communicatie:
- Maakt weinig of vreemd oogcontact.
- Gebruikt nauwelijks eenvoudige gebaren (wijzen, wenken, zwaaien ).
- Toont zijn leerkracht geen tekeningen of taken tenzij dat gevraagd
wordt.
- Soms vlotte prater (meestal over een onderwerp waarin ze sterk
geïnteresseerd zijn).
- Zegt voortdurend hetzelfde.
- Begrijpt taal te letterlijk.
- Praat op een ongebruikelijke manier (luid, uitdrukkingsloos,
afwijkend accent).
- Praat naar je gevoel ‘tegen’ je zonder zich af te vragen of jij
geïnteresseerd bent of verveeld bent.
- Is nauwelijks tot een gesprek te bewegen over iets dat jij wilt
bespreken.
- Reageert niet (altijd) op groepsinstructies.
3 . Beperkte, zich herhalende en stereotype patronen van
gedrag, interesses en activiteiten:
- Initieert geen fantasiespel met andere kinderen en beleeft er geen
plezier aan.
- Wil langere perioden met dezelfde dingen spelen en met niets
anders.
- Is gefascineerd door een (vreemd) thema.
- Fladdert met de handen of vertoont merkwaardige motoriek wanneer
hij/zij van streek of opgewonden is.
- Heeft moeite met ongestructureerde situaties (vb. in eetzaal of
speelplaats).
- Heeft moeite met zich te verplaatsen in ruimte, in tijd of in het
standpunt van de andere.
- Heeft moeite met te doen alsof. (Dit is soms nodig om erbij te
horen; je kunt niet tegen iedereen steeds zomaar zeggen wat je
denkt.)
Laten we vooral de STERKE punten van deze kinderen in het
licht stellen, namelijk:
- eerlijkheid
- ze respecteren nauwgezet de regels
- perfectionistisch
- volhardend en toegewijd
- passie voor bepaalde activiteit
- bijzondere talenten: wiskunde, computer, muziek …
Graag vermeld ik ook CONCRETE TIPS
voor in de klas, die misschien ook
thuis hanteerbaar zijn:
Duidelijkheid, structuur, voorspelbaarheid en individuele
aandacht
1. in de ruimte
- Orden de klasomgeving overzichtelijk.
- Geef het kind een vaste plek = veilige plek.
- Visualiseer met naamkaartjes, pictogrammen, foto’s.
- Zet het kind op de tweede rij in de klas, met een
‘voorbeeld-leerling’ voor zich en één naast zich .
- Orden materiaal logisch (sorteerbakjes of -mapjes).
- Gebruik een ‘time-out’kaart om te ontsnappen aan stresssituaties .
- Reduceer de prikkels: storende kleuren, lichtprikkels, geluiden, …
2. in tijd
- Maak een programma voorspelbaar en overzichtelijk.
- Maak de tijd concreet met een klok, kookwekker, zandloper,…
- Zorg voor visuele en/of tactiele ondersteuning: voorwerpen,
pictogrammen,
- Tekeningen, foto’s of tekst aangebracht op dagschema, weekschema,
…
3. in activiteiten
- Maak overgangssituaties voorspelbaar (middagpauze, naar huis).
Laat het kind doorstrepen wat gedaan is .
- Geef het kind iets te doen in moeilijke situaties (vb. “ga jij de
boeken uitdelen”).
- Begrens activiteiten (ook favoriete) : start, stop.
- Beperk en begeleid keuzes.
- Splits taken op in deeltaken.
- Begeleid momenten van vrije tijd (wachtmap, vrijetijdsbord).
- Orden materiaal logisch.
- Oefen geleerde vaardigheden in andere contexten, met andere
voorwerpen en in andere realistische leersituaties.
4. in begeleidingsstijl
- Wees voorspelbaar, rustig, consequent, warm.
- Wees beschikbaar voor hulp, maar creëer geen afhankelijkheid.
- Spreek het kind individueel aan .
- Bij agressief of angstig gedrag: ga na wat de aanleiding was.
Probeer het gedrag te voorkomen met een ‘time-out’-kaart .
- Wanneer je beloont of straft, doe het dan onmiddellijk, concreet
en individualiseer .
- Geef geen sociale beloning, maar geef het een favoriet voorwerp of
activiteit.
- Enkel berispen of boos worden helpt niet, wel vervelende taak
opleggen of iets leuks ontzeggen .
- Ga voor je straft na of de regel duidelijk was voor het kind.
Beste mensen, zoals je ziet zijn er heel wat tips voorhanden, maar
denk erom: geen twee kinderen met ASS zijn hetzelfde!
Ga na wat er nodig is en haalbaar is voor dit
kind in deze klas en vooral
blijf oog hebben voor wat goed gaat.
Ook nog goed om weten: ASS stelt men vast bij 6 op 1000 personen, in
een verhouding van 3 à 4 jongens voor 1 meisje.
Woensdag 17 januari zijn de directeur en ik naar een
voorstelling geweest van een ‘revolutionair
computerprogramma’ ( zo mag je het wel noemen) voor kinderen
en jongeren
met dyslexie of voor zwak taalvaardige leerlingen.
Volgens Annie Cooreman, pedagoge en coördinator van het
“Eureka” onderwijsen Die-’s-Lekti-kus vzw en
www.letop.be
kan een programma als ‘Sprint’ het verschil maken voor
kinderen, jongeren en volwassenen met een leerstoornis. Voor
wie moeizaam leest of spelt vergroot het de kansen op een
succesvolle en gepaste (onderwijs)loopbaan. Het effect op
zelfredzaamheid en het zelfvertrouwen van de gebruiker is
groot. Sprint kan al ingezet worden bij jonge kinderen om te
remediëren . Leerlingen studenten en volwassenen gebruiken
het als compenserend hulpmiddel .
Wat zijn de mogelijkheden van dit programma ?
Het kan ingezet worden bij jonge kinderen om te remediëren
en te oefenen .
Teksten gehaald van internet kan je laten voorlezen en er
samenvattingen van laten maken.
Teksten of lessen uit leerboeken kan je scannen en dan ook
laten voorlezen . Uitgeverijen zijn volop bezig digitale
leerboeken te ontwikkelen . Er zijn reeds enkele leerboeken
op het net te vinden .
Het is ook een zeer goede hulp voor zwakke spellers . Je
hoort wat je intikt. Zo merk je sneller fouten . Sommige
woorden zoals ‘zei’ en ‘zij’ klinken hetzelfde maar worden
anders geschreven(homofonen) . Deze woorden krijgen aan de
hand van een tekening een verklaring en in enkele
voorbeeldzinnen worden de verschillende betekenissen meteen
duidelijk.
Sprint leest voor in het Nederlands maar ook in Frans Engels
of Duits . Zo begrijp je sneller wat er staat en kan Sprint
je helpen met de uitspraak. Met de markeerstiften van Sprint
kan je makkelijk schema’s maken en een document laten
samenvatten .
Wat zijn de minimale vereisten om dit computerprogramma te
kunnen gebruiken ?
- Intel Pentium PC 300 Mhz, 64 MB RAM
- 200 MB beschikbare schijfruimte
- Windows 98 (of hoger) , voor de Sprint PDF module Windows
2000 of hoger
Mijn mening over het programma :
Ik vind het een prachtig programma voor kinderen vanaf het
5de leerjaar die al wat computerervaring hebben . Zij moeten
reeds teksten samenvatten en zelfstandig schrijven . Voor
wero moeten ze regelmatig informatie halen van het internet
en voor taalzwakke kinderen kan Sprint daarvoor een goede
hulp zijn.
Voor jongere kinderen vind ik het momenteel minder geschikt
daar zij nog meer met hun handboek en werkboek van de klas
werken en deze zijn meestal nog niet digitaal ter
beschikking. Maar in de nabije toekomst zal het ook voor hen
een grote hulp zijn.
Indien u het programma persoonlijk wil aanschaffen dan
betaalt u € 333 , vrij duur natuurlijk maar het is een
programma met vele mogelijkheden.
Mocht u geïnteresseerd zijn in dit programma en de
mogelijkheden eens zelf wil uitproberen, dan kan je bij mr.
Directeur of bij mij terecht voor een demo-CD . Misschien is
een ouderavond hierover ook mogelijk als er voldoende
belangstelling is .
Belangstellenden zou ik willen vragen om het antwoordbriefje
in te vullen en terug te bezorgen aan de klasleerkracht .
Heel zeker zijn jullie reeds in contact gekomen met mensen die een
kind hebben waarbij het lezen niet zo goed vlot, of misschien heb je
zelf wel een kind die problemen heeft met lezen. Daarbij wordt nogal
dikwijls eens het woord ‘dyslexie ‘gebruikt.
Wat is nu eigenlijk dyslexie ?
Eerst en vooral wil ik jullie meedelen dat niet elk kind met
leesmoeilijkheden, ook dyslexie heeft. Bij sommige kinderen zijn die
leesmoeilijkheden maar tijdelijk. Wanneer kan men dan spreken van
dyslexie? Wel ik geef je de meest gebruikte definitie, want er
bestaan er verschillende.
Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige
problemen in de automatisering van de woordidentificatie(lezen)
en/of schriftbeeldvorming(spellen). (5 tot 10% van de bevolking
zou ermee te maken hebben, dit wil zeggen 1 of 2 lln. max. op een
klas van 20 lln. )
Wat zijn nu de problemen die kinderen met dyslexie
ondervinden ?
Kinderen met dyslexie hebben ( in mindere of meerdere mate )
moeilijkheden met :
1. Lezen en begrijpend lezen
2. Spellen en noteren
3. Vreemde talen
4. Het heeft soms een invloed op wiskunde ,
vooral met de technische
kant: splitsingen tot 10, tafels…
5. Onthouden van instructies
6. Luisteren in een lawaaierige omgeving
7. Uit het hoofd leren van namen en feiten
8. Woordvinding/plaatjes benoemen
9. Emotionele beleving
Je ziet beste ouders, dat kinderen met dyslexie het niet gemakkelijk
hebben. Deze kinderen hebben zeker hulp nodig op school en ook
thuis. Eerst en vooral moeten we begrip hebben voor deze stoornis.
Vergelijk het met iemand die een handicap heeft en bijvoorbeeld niet
kan lopen. Wij gaan alles doen om hem te helpen, en krukken of een
rolstoel zijn hulpmiddelen die we hem aanreiken.
Wat kunnen wij als ouder doen ?
- Als je twijfels hebt of bepaalde kenmerken opmerkt, deel
dan je bezorgdheid mee aan de leerkracht.
- Als dyslexie wordt vastgesteld, toon dan begrip voor het probleem
en waardeer de inspanningen die je kind levert. ( Met de huidige
stand van zaken kan men immers tem vroegste rond maart of april van
het tweede leerjaar besluiten of een kind dyslexie heeft of niet )
- Probeer dyslexie en de gevolgen ervan open en eerlijk te bespreken
met het kind.
- Probeer het oefenen in een positieve sfeer te laten verlopen. Het
is zeer goed dat het kind elke dag een kwartiertje leest.
- Breng structuur aan in het dagelijkse leven. Maak duidelijke
afspraken in overleg met het kind en hou je daar ook aan. ( bvb. In
verband met huiswerk)
- Stel geen extreme eisen maar ontzie het kind ook niet. Verwen het
niet.
- Stel het leerprobleem thuis niet centraal. Je bent ouder, geen
leerkracht of therapeut.
- Denk ook aan jezelf( vrije tijd, ontspanning), de relatie met je
partner en de andere kinderen.
- Aanschaffen van ‘De Nieuwe Spellinggids’ dit is een zakcomputertje
waarbij de kinderen het woord intikken en de computer corrigeert.
En vooral…
Blijf je kind zien als een gewoon kind met al zijn talenten
en kwaliteiten. Je kind is zoveel meer dan een kind met dyslexie.
Hoe gewoner je je kind behandelt hoe gewoner het zich ook zal
voelen.
Hopelijk beste ouders ben ik jullie met deze informatie van dienst
geweest. De bedoeling is zeker niet, jullie ongerust te maken, maar
daar dyslexie een probleem is dat veel besproken wordt, is het beter
de juiste informatie te verkrijgen.